Jouw gegevens
live- Volgens de beleggingsleer stijgt of daalt de vergoeding mee met de waarde: het aandeel (inbreng ÷ waarde na inbreng) wordt vermenigvuldigd met de huidige waarde. Bij een verbruiksgoed (zoals een auto) is de vergoeding nominaal en gelijk aan de inbreng zelf. Indicatief — laat een exacte verrekening juridisch toetsen.
Je gegevens blijven in deze browser — we slaan niets centraal op.
Veelgestelde vragen
Wat is een vergoedingsrecht binnen een huwelijk?
Betaalt u met uw eigen privégeld iets voor uw partner of voor iets dat u samen bezit, denk aan de aankoop of aflossing van de woning, dan ontstaat een vergoedingsrecht. Dat betekent dat u het ingebrachte bedrag later kunt terugvorderen, bijvoorbeeld als u uit elkaar gaat of bij overlijden. Voor echtgenoten en geregistreerd partners is dit vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, in artikel 1:87 BW. De rekentool hierboven zet uw inbreng, de waarde na de inbreng en de waarde van nu om in een vergoedingsrecht in euro's. Wilt u zekerheid over uw eigen situatie en over de exacte ingangsdatum van de regeling, leg dat dan voor aan een familierechtadvocaat of kijk op de site van de Rijksoverheid.
Wat is het verschil tussen de nominaliteitsleer en de beleggingsleer?
De nominaliteitsleer gaat uit van het bedrag zelf: u krijgt precies terug wat u destijds heeft ingebracht, ongeacht of de waarde daarna is gestegen of gedaald. Bij de beleggingsleer deelt u juist mee in die waardeontwikkeling. Heeft u privégeld in de woning gestopt en is de woning meer waard geworden, dan groeit uw vergoedingsrecht mee; daalt de waarde, dan daalt het vergoedingsrecht ook. De berekening hierboven werkt standaard volgens de beleggingsleer: uw inbreng wordt gedeeld door de waarde na de inbreng, en dat aandeel vermenigvuldigt de tool met de huidige waarde. De wettelijke basis hiervoor staat in artikel 1:87 BW, met een toelichting op Rijksoverheid.
Geldt het vergoedingsrecht ook voor een auto of de inrichting van het huis?
Bij verbruiksgoederen zoals een auto of meubels speelt de beleggingsleer geen rol. Het vergoedingsrecht blijft dan gelijk aan het bedrag dat u oorspronkelijk inbracht; dat heet de nominale vergoeding. Of zo'n goed daarna meer of minder waard wordt, maakt voor de vergoeding niets uit. De rekentool hierboven rekent met een investering die wél in waarde verandert, zoals de woning, en past daarop de beleggingsleer toe. Voor een verbruiksgoed komt de uitkomst dus simpelweg neer op de inbreng zelf. Twijfelt u of iets als verbruiksgoed telt? Een familierechtadvocaat of de uitleg van de Rijksoverheid geeft daar uitsluitsel over.
Geldt het vergoedingsrecht ook voor geld dat eerder is ingebracht of voor huishoudelijke kosten?
De huidige regeling met de beleggingsleer geldt voor inbreng vanaf het moment dat artikel 1:87 BW van kracht werd. Privégeld dat u daarvóór heeft ingebracht valt er in beginsel buiten, behalve als u daarover destijds zelf iets heeft afgesproken en vastgelegd. Voor huishoudelijke kosten en schenkingen ontstaat sowieso geen vergoedingsrecht. De rekentool hierboven gaat uit van een inbreng die wél onder de regeling valt en geeft een indicatieve uitkomst. Gaat het om oudere inbreng, een afwijkende afspraak of de precieze ingangsdatum, laat uw situatie dan beoordelen door een familierechtadvocaat en raadpleeg de Rijksoverheid voor de wettelijke kaders.