Jouw gegevens
liveJe gegevens blijven in deze browser — we slaan niets centraal op.
Veelgestelde vragen
Hoe wordt de jaarlijkse ODV-uitkering in de uitkeringsfase berekend?
De rekenhulp verdeelt de ODV-aanspraak gelijkmatig over de looptijd die nog rest, en laat het deel dat nog niet is uitgekeerd intussen oprenten met het fiscaal vastliggende oprentingspercentage. Wat eruit komt is het bedrag per jaar; de maandbedragen volgen daar vervolgens uit. Vul de aanspraak op de uitkeringsverjaardag en de totale looptijd in maanden in, dan ziet u de uitkering voor het komende jaar. Het percentage en de bijbehorende fiscale regels stelt de Belastingdienst (Centraal Aanspreekpunt Pensioenen) vast en publiceert die ook.
Wat betekent het oprenten van de ODV in de uitkeringsfase?
Oprenten houdt in dat de ODV-aanspraak elk jaar wordt verhoogd met een wettelijk vastgesteld rentepercentage. In de uitkeringsfase gaat dat per uitkeringsverjaardag, oftewel op de dag waarop de uitkeringen destijds zijn ingegaan. De berekening past dit oprenten toe op de waarde die u invult en houdt via het keuzeveld bij of u het bedrag opgeeft vóór of ná de oprenting. Het precieze percentage en de gehanteerde methodiek worden jaarlijks door de Belastingdienst (Centraal Aanspreekpunt Pensioenen) vastgesteld en gepubliceerd.
Hoe lang moeten de ODV-uitkeringen lopen?
In beginsel lopen de uitkeringen twintig jaar, verlengd met de periode waarin u ze vóór uw AOW-leeftijd laat ingaan. Laat ingaan mag tot maximaal vijf jaar vóór de AOW-leeftijd; die voorperiode telt dan op bij de minimale looptijd. U vult de totale looptijd in maanden in (het veld staat standaard op de gangbare twintig jaar). De wettelijke voorwaarden vindt u terug bij de Belastingdienst en op Rijksoverheid.nl.
Wat is het verschil tussen de uitstelfase en de uitkeringsfase van de ODV?
Tijdens de uitstelfase zijn de uitkeringen nog niet ingegaan: de ODV-aanspraak wordt jaarlijks opgerent, maar er gaat niets uit. Zodra de uitkeringen lopen, zit u in de uitkeringsfase en moet u elk jaar twee dingen doen, namelijk de hoogte van de uitkering opnieuw vaststellen en de resterende aanspraak per uitkeringsverjaardag oprenten. Deze rekenhulp is voor die uitkeringsfase bedoeld en geeft u ook de aanspraak einde jaar, de oprenting in dat jaar en de uitkering per maand, handig voor uw boekhouding. Zijn de uitkeringen nog niet begonnen, dan gebruikt u de ODV-berekening voor de uitstelfase.